‘Bij dit incident in Brabant vielen twee gewonden, maar het effectgebied lag door de zuidenwind ook deze keer voornamelijk in Zuid-Holland Zuid. Metingen van brandweer en RIVM maakten vrij snel duidelijk dat er roetdeeltjes vooral in Strijen en Binnenmaas terechtkwamen. Deze deeltjes bevatten zware metalen, waaronder een stof die kankerverwekkend zou kunnen zijn’, vertelt Ben de Haan. ‘In het ROT worden dan mogelijke effecten van de gevaarlijke stoffen en de gevaren van blootstelling besproken.’

Lessons learned

‘Mijn rol bestaat uit risico’s en mogelijkheden tot beperking daarvan in beeld te brengen. Daarnaast zet ik met de GAGS gegevens uit de metingen van het RIVM om in bruikbare adviezen voor het ROT. Ondanks onduidelijkheid in de beginfase moet verder je zo snel mogelijk de communicatie met inwoners van het effectgebied op gang brengen. We verwachtten op dat vlak op z’n minst enige onrust, maar mede door de lessons learned viel dat mee. Zo werd snel een telefoonnummer voor vragen opengesteld, in de gaten gehouden hoeveel en welke vragen werden gesteld en via internet en radio zijn handelingsadviezen gecommuniceerd.

Hoewel vrij snel duidelijk was dat geen echte gezondheidsproblemen werden verwacht, is het wel zaak bijvoorbeeld groenten uit de  moestuin met roetsporen weg te gooien of goed af te wassen, contact met deeltjes te vermijden of handschoenen te gebruiken en wanneer er toch contact is de handen goed met water en zeep te wassen. Die adviezen hebben we dan ook overgebracht. Een groot voordeel was dat we vooral met mensen werkten die ook tijdens het vorige incident samenwerkten. Dat we elkaar kennen en door oefeningen inmiddels weten wat we van elkaar kunnen verwachten, is echt een winstpunt,’ aldus Ben de Haan.

Beperkte hoeveelheden

Ellen Peeters was in 2011 als GGD’er en in juni 2014 GAGS. ‘Mijn rol bij zulke incidenten’, licht ze toe, ‘is aangeven welke effecten we kunnen verwachten. Wat kunnen mensen binnenkrijgen, welke verschijnselen kunnen zich daarbij voordoen, in welke mate, hoe kunnen we dat voorkomen, moeten we adviseren te schuilen, moeten we ziekenhuizen in de omgeving waarschuwen? In dit geval wisten we vrij snel wat er precies in brand stond en welke stoffen vrijkwamen. Het duurde drie dagen om te achterhalen hoeveel daarvan op de grond terecht was gekomen. Die hoeveelheden bleken gelukkig beperkt.’

‘Een duidelijke verbetering bij dit incident was dat na een paar dagen mensen van de VRZHZ bij het RIVM aan tafel zaten en daar meedachten en -werkten. Daardoor kwam de gebundelde expertise veel beter tot zijn recht in de handelingsadviezen. Daarnaast is het vanaf 1 juli zo geregeld dat één vraagregisseur als aanspreekpunt voor de Veiligheidsregio optreedt met vragen aan de experts van kennisinstituten die in het Crisis Expert Team (CET) vertegenwoordigd zijn. Voorheen liepen er lijnen langs elkaar heen. Nu zorgde in eerste instantie de Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS) van de brandweer hiervoor, naarmate hun rol in de bestrijding van het incident minder werd, nam de GAGS dit over. Zo hebben we alvast geoefend met de rol van vraagregisseur. Wat naar mijn idee verbeterd kan worden, is de afstemming tussen betrokken Veiligheidsregio’s. Hiervoor is na het incident bij Chemie-Pack een GRIP 5 bedacht. Daar hadden we nu gebruik van moeten maken,’ zo meent Ellen Peeters.

Op de hoogte

Pim van Dam onderschrijft met name het punt van de informatievoorziening: ‘Dat hele proces is anders aangevlogen. Doordat de leden van het Commando Plaats Incident (COPI), zoals de Officier van Dienst-Geneeskundig, ook moesten opkomen in het Regionaal Crisiscentrum (RCC) op het Leerpark, heb ik hem ook kunnen inzetten in Actiecentrum GHOR. Hierdoor had ik meer tijd om samen met het team informatie te verzamelen, geverifieerde informatie te delen in het Landelijk Crisismanagement Systeem (LCMS) en ketenpartners op de hoogte te brengen. De toevoeging van functionarissen uit Zuid-Holland Zuid bij het RIVM werkte inderdaad echt een stuk sneller. Misschien werkt het zelfs nog beter als een vertegenwoordiger van het RIVM in de nafase bij de Veiligheidsregio aanschuift. Het LCMS zelf droeg ook bij aan de goede informatievoorziening. Doordat de informatie van de meldkamer, brandweer, politie, GHOR en ROT hierin beschikbaar was, voorkwamen we een hoop gebel, onduidelijkheid en informatie die alle kanten op zwabbert. Ook het beeld van de Veiligheidsregio Midden- en West Brabant was er in opgenomen, zodat dit snel op elkaar kon worden afgestemd. De organisaties zijn nu steeds goed op de hoogte. Dat bespoedigt het uitzetten van acties en dus de bestrijding van het incident.

Logo_brandweer

GHOR-ZHZ Vimeo PrismA-logo_logo_footer ActCrisisinfo Cosmic 80x64 wat doe je